Onderstaand treft u een drietal artikelen aan uit de nieuwste Drop (118).

Nieuwsgierig naar meer? Wilt u meer artikelen lezen? En met afbeeldingen?

Door een abonnement op Drop en bijbehorend lidmaatschap van de Vereniging “Les Amis de Drop of Stroopwafels” krijgt u elk kwartaal een nieuwe uitgave van dit schitterende magazine bij u in de bus. Aanmelden kunt u hier.

Stop de ortolaanstropers

De kritiek op de regering van Emmanuel Macron zwelt aan, zijn daden vallen tegen, maar er kan nog wat komen. De vakbonden scherpen de zwaarden.Er is een stap gezet, die het met name bij de natuurliefhebbers, in het bijzonder de vogelaars, goed zal doen: minister van milieu Hulot heeft aangedrongen eindelijk eens werk te maken van de stroperij op het praqchtige vogeltje de ortolaan.

 

De jacht op ortolaanstropers

Door Theodora Besse

De nieuwe minister van Milieu, Nicolas Hulot, heeft de jacht op ortolaanstropers geopend. Hij heeft de prefect van Les Landes (40) dringend verzocht om de strijd tegen het stropen van de in Europa beschermde ortolaan (ortolan of bruant ortolan) krachtiger ter hand te nemen. De ortolaan is een vinkachtig vogeltje dat behoort tot de familie van de gorzen. Het is een nuttige vogel, omdat hij leeft van insecten en rupsen. In Frankrijk wordt het beestje door sommigen beschouwd als een culinaire delicatesse. Vanaf half augustus tot in oktober, wanneer zij uit het noorden van Europa naar Afrika vliegen om te overwinteren, is het in het zuidwesten van Frankrijk (met name in Les Landes) een lucratieve bezigheid om ze te vangen met behulp van slagnetten. Deze worden op bekende trekvogelrustplekken geplaatst en zodra een of meer vogeltjes een net aanraken klapt het dicht. Na enige tijd kan de stroper zijn ’oogst‘ binnenhalen.

Verdronken in armagnac

De gevangen vogeltjes worden in kleine kooitjes gevangen gezet en gedurende enkele weken vetgemest met gierst. Vervolgens worden ze levend in armagnac gedompeld en verdronken. In december verkopen de stropers ze aan restaurants voor 100-150 euro per stuk. Restaurants roosteren ze in de oven en zetten ze à raison van 300 euro voor aan hun gasten. Franse fijnproevers en chef-koks, onder wie de grote ster Baucuse, beweren dat zij een eeuwenoude culinaire traditie in stand willen houden en zij pleiten voor een tijdelijke jaarlijkse ontheffing van het verbod. Maar er staan voor de stropers en voor de restaurants dus vooral hoge bedragen op het spel.

De ortolaan is volgens de Europese Vogelrichtlijn (1979) en sinds 1999 ook volgens de Franse wet een beschermde vogelsoort, omdat het aantal ortolanen in Europa snel afneemt. Ortolanen broeden in houtwallen en heggen, die in veel landbouwgebieden steeds schaarser worden door de toename van grootschalige landbouw. In Nederland en België is de ortolaan als broedvogel al uitgestorven. In Europese landen waar hij nog wel voorkomt nemen de aantallen sterk af (tussen 1980 en 2012 met 84%). Vandaar dat de ortolaan ook staat vermeld op de rode lijst van bedreigde diersoorten van de IUCN (International Union for Conservation of Nature), waarvan veel landen en natuurorganisaties over de hele wereld lid zijn.

Frankrijk moet wat doen, anders…

De EU Vogelrichtlijn bevat een lijst van 187 zeldzame of bedreigde vogelsoorten. Voor deze vogelsoorten zijn Speciale Beschermings Zones (Vogelrichtlijngebieden) aangewezen. Uiteindelijk moet een Europees netwerk ontstaan van natuurgebieden. Dit netwerk wordt Natura 2000 genoemd. Alle EU-landen houden zich aan de Vogelrichtlijn, maar hun inspanningen zijn grotendeels nutteloos doordat in Frankrijk de jaarlijkse illegale jacht op de ortolaan van overheidswege oogluikend wordt toegestaan. De voorzitter van de Franse dierenbescherming zegt zelfs in het bezit te zijn van een schriftelijke opdracht van een voorgaande Franse regering aan de politie om ortolaanstropers niet lastig te vallen. De Franse politie treedt in het najaar dan ook niet of nauwelijks op tegen de stropers. In juni 2016 kreeg Frankrijk van Brussel nog twee maanden de tijd om het verbod actief te handhaven, maar tot nu toe heeft dat niet veel geholpen.

De LPO (Ligue pour la Protection des Oiseaux) strijdt al jaren tegen de ´pratiques barbares´ die de jacht op de ortolaan meebrengt. Zij sporen de met slagnetten gevangen ortolanen op en bevrijden ze. Door de slagnetten gewonde vogeltjes worden naar een vogelopvang gebracht, waar ze worden verzorgd tot ze verder kunnen vliegen. Nu de nieuwe minister van Ecologie een in Frankrijk zeer bekende voorvechter van Natuurbescherming is, gloort er misschien hoop voor zowel de ortolaan als voor de natuur en de biodiversiteit. Of Nicolas Hulot daadwerkelijk van doorpakken weet zal de komende herfst moeten blijken. Hij zal wel moeten, want inmiddels is de Europese Commissie bij het Europese Hof van Justitie een inbreukprocedure tegen Frankrijk gestart, waarmee de Franse regering een boete van tientallen miljoenen euro’s boven het hoofd hangt.

Mitterand en Juppé

President Mitterrand was een groot liefhebber van het eten van ortolaan. Toen hij overleed (1996) was de EU Vogelrichtlijn al van kracht, maar de Franse wet verbood de jacht op de ortolaan nog niet.

Ook andere hoge politici mogen zich de ortolaan graag laten smaken. De bekende burgemeester van Bordeaux, Alain Juppé, is er dol op. In een tv-uitzending uit 2006 ´À table avec les politiques´ wordt verteld hoe ortolaan wordt gegeten.

Het vogeltje wordt gegeten als traktatie na een zware maaltijd. Het wordt compleet met ingewanden, botjes en kop verorberd. Dat veroorzaakt spatten en vlekken op gezicht en kleren. Je legt eerst je servet over je hoofd. Dan blijft de geur behouden. Bovendien ben je beschermd tegen de blikken van je disgenoten terwijl je zit te kauwen.

De Bartholomeusnacht (1572)

In de nacht van 24 augustus 1572 ging opeens de grote klok luiden van St.-Germain-l’Auxerrois, de favoriete kerk van de Franse koningen, die ligt aan het plein tegenover de voorgevel van het machtige Palais du Louvre. Dat was het signaal waarop de soldaten van de koning hadden gewacht: een gruwelijk bloedbad begon waarbij naar schatting twee-à drieduizend protestanten in koelen bloede werden vermoord.

 

De Bartholomeusnacht in het jaar 1572

Een donkere bladzijde

 

Het leek allemaal zo aardig. De top van de hugenoten was naar Parijs gekomen om het huwelijk bij te wonen van hun leider Hendrik van Navarra met Margaretha van Valois, de zuster van de Franse koning, het huwelijk dat een verzoening tot stand moest brengen tussen de protestanten en de katholieken, die elkaar al in drie afschuwelijke godsdienstoorlogen

te vuur en te zwaard hadden bestreden. Ook de hugenotenleider Gaspard de Coligny had aan de uitnodiging gehoor gegeven ondanks waarschuwingen niet te gaan. De verwachtingen waren hooggespannen. Zou er nu eindelijk een eind komen aan die burgeroorlog, waarvan de bedrijvers nauwelijks wisten waarom het ging? Zoals zo vaak bij godsdiensttwisten ging het niet om religie maar om macht, en dan nog om de macht van enkelingen, die zo graag aan de politieke touwtjes wilden trekken.

Een verscheurd volk

Door het optreden van Luther in Duitsland en van Calvijn in Frankrijk was er een eind gekomen aan de religieuze eenheid die eeuwenlang in West-Europa had geheerst. Koning Frans I (1515-1547) liet de calvinisten eerst begaan, maar nam toch stelling tegen hen toen ze talrijk begonnen te worden. Zijn opvolger Hendrik II was een veel fellere katholiek en wilde de calvinistische macht graag beteugelen, maar doordat hij in oorlog was met Spanje was hij aan handen en voeten gebonden.

Toen de vrede in 1559 kwam, was Hendrik II van plan eindelijk eens korte metten te maken met de ketters. Hij kwam echter om het leven tijdens een toernooi. De protestanten konden weer ademhalen. De oudste zoon van Hendrik II, Frans II, was maar 16jaar oud toen zijn vader stierf en hij koning moest worden. Hij liet het politieke vechtbedrijf graag over aan de leider van de katholieke partij: hertog François de Guise. Inmiddels had de protestantse partij ook invloedrijke leiders gekregen: Antoine de Bourbon, koning van Navarra, zijn broer Louis de Condé en admiraal Gaspard de Coligny. Beide partijen gingen zich bewapenen.

Frans II stierf plotseling in 1560. Zijn tienjarige broer, Karel IX, volgde hem op in naam, terwijl moeder Catherine de Médicis regentes werd. Zij was Italiaanse en katholiek, maar in feite volmaakt onverschillig voor religieuze kwesties. Voor haar gold maar één ding: de macht van het koningshuis. Zij konkelde graag en kende geen scrupules. In 1562 brak, vooral door haar toedoen, de burgeroorlog uit. In de dertig jaren die volgden zouden acht godsdienstoorlogen gevoerd worden. Met de grootste hardnekkigheid.

Als je je verdiept in die twisten, dan sta je versteld van de gruwelijkheden die over en weer zijn uitgehaald. François de Guise werd vermoord door een protestant, Condé door een katholiek en Antoine de Bourbon kwam om tijdens een beleg.

In 1570 werd een vrede gesloten. In een gedeelte van Frankrijk mochten de protestanten vrijelijk hun geloof belijden en ze kregen de beschikking over vier vestingsteden.

Dat was de situatie aan de vooravond van de Bartholomeusnacht 1572.

Catherine versus De Coligny

Margaretha, de zuster van de jonge koning Karel IX, ging dus trouwen met Hendrik van Navarra, de zoon van Antoine de Bourbon. Karel IX, inmiddels meerderjarig, had sympathie opgevat voor zijn raadgever admiraal De Coligny, die leider van

de calvinisten was geworden. De Coligny werkte op verzoening aan omdat hij graag een verenigd Frankrijk wilde laten optrekken tegen Philips II om op die manier de protestanten in de Nederlanden te steunen die in opstand waren gekomen tegen de Spaanse koning. Het huwelijk van Margaretha en Hendrik zou een prachtige onderstreping zijn van de bedachte strategie.

Maar… koningin-moeder Catherine de Médicis zag helemaal niets in het plan. Ze sloeg aan het kuipen. En dat kon ze! Het is zo goed als zeker dat ze haar zwakke zoon Karel heeft kunnen overtuigen van een dreigende protestantse machtsgreep waartegen zeer drastisch moest worden opgetreden. Wat zou de Franse geschiedenis anders gelopen zijn, als Karel IX tegen zijn moeder had opgekund…

Gruwelijk

Zoals gezegd, om 3 uur in de nacht van 23 op 24 augustus 1572 luidde de tocsin (grote klok) van St.-Germain-l’Auxerrois het bloedbad in. De talloze protestantse leiders, die na de huwelijksfestiviteiten tevreden naar bed waren gegaan, werden volkomen verrast in hun slaap door de koninklijke garde die bijgestaan werd door de troepen van katholieke edelen. Om vergissingen te voorkomen droegen de moordenaars een wit kruis op het hoofddeksel en een witte band om de arm.

Een van de eerste slachtoffers was de grote aanvoerder admiraal De Coligny. Hij werd in zijn bed vermoord. Zijn dode lichaam werd uit het raam gegooid en vervolgens door kinderen door de straten gesleurd en verminkt. Degenen die kans zagen te vluchten, werden op straat neergeschoten of doodgeslagen. Hun ontklede lichamen werden in de Seine gegooid. Bijna alle calvinisten die in Parijs op bezoek waren, werden vermoord. Het bloedbad duurde drie dagen en sloeg zelfs over naar andere

steden, zoals Orléans, Meaux, Bourges, Saumur, Angers, Lyon, Troyes, Rouen, Toulouse en Bordeaux.

Hendrik van Navarra zelf bleef gespaard omdat hij de keuze kreeg tussen de dood of een terugkeer naar het katholieke geloof.

De latere Hendrik IV was eigenlijk totaal onverschillig op het gebied van de godsdienst. Een paar jaar later werd hij weer calvinist en in 1593 weer katholiek. Paris vaut bien une messe (Parijs is wel een mis waard), is een van zijn bekende uitspraken.

De Bartholomeusmoorden wekten grote afschuw in Europa. Zelfs Alva sprak van een misdaad. Catherine de Médicis schreef trots een triomfantelijke brief aan de Spaanse koning Philips II (haar schoonzoon!): ‘… louerez Dieu avec nous, tant pour votre

salut particulier comme pour le bien qui en reviendra à toute la chrétienté…’ (u zult zeker met ons God loven zowel voor uw persoonlijk heil als dat van de gehele christenheid).

De Bloedbruiloft van 1572 betekende een grote tegenslag voor het calvinisme in Frankrijk. En men kon natuurlijk op de vingers uitrekenen dat de wraak niet op zich zou laten wachten. De vierde godsdienstoorlog kwam er dan ook snel aan. De zwarte bladzijde uit de Franse geschiedenis die de Bartholomeusnacht is geworden, heeft De Coligny nog wel postume eer opgeleverd. De straat tussen St.-Germain-l’Auxerrois en het Louvre heet nu rue de l’Amiral de Coligny. •

 

Er de ballen niet voor hebben

Ik heb er de ballen niet voor

 

Na het middagmaal klonteren ze samen op het Square de la Légion d’Honneur, waar Brive-la-Gaillarde haar gevallen

zonen herdenkt. Niet om iets of iemand te eren, maar voor een ander ritueel. Ze zijn hier voor hun dagelijkse spelletje pétanque. Ik kan het niet bewijzen, maar durf mijn strooien hoed eronder te verwedden dat zich op ditzelfde uur in tientallen Franse stadjes vergelijkbare speelse samenscholingen voltrekken. Dit is Frankrijk.

Ik kijk er graag en vaak naar, op afstand, vanaf een bankje aan de rand van het plein. De mannen lijken mijn interesse te waarderen. Als ik groet knikken ze terug. Soms roept één van despelers: ‘Vous êtes bien?’. Met mij gaat het prima. Ik moet  denken aan een zinsnede uit Herenleed, een programma van weemoed en verlangen, uitgezonden door de VPRO en geschreven en gespeeld door Armando en Cherry Duyns. ‘De buitenstaander groet steeds, hij zegt hallo, maar hij neemt nooit afscheid.’

De zon schijnt, de conversatie is levendig, de ballen tikken, de tijd verglijdt…

Ik kijk graag naar de spelende heren van Brive – pétanque lijkt hier een mannenzaak – omdat je er moeiteloos de analytische psychologie van Jung op los kunt laten. Alle persoonlijkheidstypen van de briljante leerling van Freud, de zogeheten ‘archetypen’, zijn vertegenwoordigd. De ‘heerser’ neemt het voortouw en stelt de teams samen; de ‘schepper’ experimenteert met een innovatieve worp. De ‘onschuldige’ staat meer te dromen dan zich te concentreren op het spel; de ‘rebel’ stelt bij iedere worp de spelregels ter discussie. De ‘held’ klopt zichzelf na zijn heroïsche worp op de borst en heft een waarschuwende vinger; de ‘nar’ maakt tot vervelens toe van iedere worp een komische voorstelling. De ‘bondgenoot’, houdt iedereen te vriend; de ‘minnaar’ neemt de tijd, omdat hij in gebogen houding onbeschroomd kan genieten van de vrouwengestalten die het plein van het legioen van eer diagonaal oversteken, op weg naar het heerlijke oude centrum van Brive-la-Gaillarde. Ach ja, de persoonlijkheidstypen van Jung. Ze worden in onze jachtige tijd te pas en te onpas gebruikt door loopbaanpsychologen en het legioen van personal trainers en coaches die van iedereen ‘een merk’ willen maken. De oude zonen van Brive-la-Gaillarde lijken zich het hoofd niet te breken over zichzelf als merk – bewust noch onbewust. Hun werkzame leven ligt achter ze. Ze werpen hun ballen, rustig en bedaard. De zon schijnt, de conversatie is levendig, de ballen tikken, de tijd verglijdt.

En ik? Ik geniet van het Franse zonnetje en kijk met plezier toe. Ik word gegroet en gedoogd. Ik mag observeren, maar word niet uitgenodigd om aan het spel deel te nemen. Ik ben geen Fransman, geen geboren en getogen Brivist, geen retraité.

Hoe ingeburgerd ik me ook voel, ik blijf die buitenstaander in Frankrijk die altijd groet maar nooit afscheid neemt. En zelfs al zouden ze me vragen om deel te nemen aan het meest Franse ritueel dat bestaat, dan nog moet ik ervoor bedanken. Ik heb er simpelweg de ballen niet voor. •

Ton Hilderink is tekstschrijver en journalist (www.tekstenuitfrankrijk.nl)